27.04.05
Miguel Vroomen
Het samenvallen van inhoud en vorm, het wat en hoe, wordt vaak gezien als het fundament van een goed schilderij. De kunstenaar heeft een thema of obsessie die richting geeft aan zijn werk. Het nodigt uit, of liever, dwingt hem tot onderzoek. (Kandinsky noemt dit de innerlijke noodzaak.) Wanneer de inhoud een geschikte vorm heeft gevonden verschijnt de waarheid en is er een goed kunstwerk gemaakt. Als de kunstenaar meerdere werken maakt die eenheid vertonen, kan hij zich een trots bezitter noemen van een oeuvre dat een sublieme uitspraak doet.
Helaas ben ik niet spiritueel aangelegd. Ik begrijp weinig van sublieme zaken zoals waarheid, causaliteit en eenheid. De wereld ziet er zo gewoonweg niet meer uit. Het Grote Verhaal is failliet verklaard door historische gebeurtenissen zoals Auswitsch. Vooral mijn generatie, de MTV-generatie, leeft in een gefragmentariseerde schijnwereld zonder absolute hiërarchie. Als kind van deze tijd kan en wil ik niet thematisch werken. Je beperken tot een thema of stijl is vrijwillig de oogkleppen opzetten. Het is een vorm van zelfbedrog die je doet geloven dat de wereld geen bal modder is, maar een begrijpbare constructie.
Omdat ik geen thema of thesis heb die mij richting geeft, ontstaan mijn schilderijen vanuit de vorm, hetgeen oppervlakkig maar legitiem is. Door foto’s te maken zoals papa zou doen met zijn splinternieuwe digitale camera verzamel ik materiaal. Deze foto’s ontberen een onderwerp, thema of stijl en voorzien mij zo van een startpunt. Wanneer ik aan een werk begin heb ik geen enkel idee of verbeelding over hoe het moet worden. Ik sta voor het witte doek slechts gewapend met willekeurige foto’s, onwetendheid, en een haastig en gulzig verlangen naar resultaat. Een alcoholistische indiaan uit de Lucky Luke heeft mij geleerd: “Eerst schieten, dan praten!” Het schilderen is zodoende een “Struggle for life”. Het is een blinde en twijfelachtige onderneming, waarvan de bestemming onzeker is.
Deze methode toont het smerige perspectief. De gebruikte foto’s komen uit mijn banale privéleven, waardoor het werk een voyeuristisch karakter krijgt. De gulzige en gehaaste manier van schilderen geeft de doeken een goor uiterlijk. Omdat de werken geen boodschap of vooropgezette bedoeling hebben zijn eventuele inhoudsaspecten min of meer willekeurig, wat vragen oproept over de integriteit.
Om de toeschouwer over te halen zijn verlangen naar eenheid te laten varen, presenteer ik de werken in installaties. Associaties, formele analogieën, betekenissen en referenties spelen nu een grotere rol dan thematiek of stijl. Een schilderij zit zodoende niet meer gevangen in een kader, maar is een fragment van een groter deel. Wanneer de doeken overtuigend zijn samengehangen kunnen zij het verlangen naar eenheid overkomen en zodoende een beeld geven van de hedendaagse Nederlandse cultuur: een burleske lappenzak zonder enig doel.
Wassily Kandinsky, “über das geistige in der kunst.” Volgens Kandinsky kan pure en ware kunst niet bestaan zonder het principe van de innerlijke noodzaak. Hoe abstracter de kunst, des te meer is dit principe zichtbaar. Synoniemen zijn: ‘zelfexpressie’, ‘spirituele kracht’, innerlijke overtuiging’ en ‘gevoel’.
J-F. Lyotard, La condition postmoderne, une rapport sur le savoir. 1979.
A.E. Kaplan, Rocking around the clock: Music Television, Postmodernism and Consumer Culture, New York and London, 1987.
“I think the easiest way is to paint fast and the appropriate result will automatically follow.” Albert Oehlen.
Gerhard Richter, notities 1982-1986.
Het woord ‘smerig’ kent meerdere nuances: vies, walgelijk, obsceen, achterbaks en onoprecht. Bijv. Het spelen van smerige spelletjes.
Volgens Fernando Pessoa gold: “Sincerity is the first artistic crime.”